• Menu
  • Home
  • Zoek

Transportband

Arbocatalogus_beton_Machines_TransportbandVanuit de bedieningsruimte wordt de transportband bestuurd.

Algemeen

Voor het intern transport van grondstoffen of restmaterialen worden veelal transportbanden gebruikt. De bewegende delen van een transportband zijn onder andere een aandrijving, een aangedreven rol, een keerrol en steunrollen. De transportbanden worden elektrisch aangedreven en veelal vanuit de bedieningsruimte bestuurd. Hierbij is geen overzicht over de transportbanden, waardoor risico's kunnen ontstaan voor de personen die bij de transportbanden aanwezig zijn.

Beknelling- en intrekgevaar kan plaatsvinden door onvoldoende afgeschermde rollen (tussen de band en rollen) of aandrijving. Elektrische risico's kunnen plaatsvinden door onvoldoende kabelondersteuning, bekabeling over bordesvloeren, enzovoort.

Een menger is een arbeidsmiddel en moet voldoen aan de eisen uit hoofdstuk 7 van het Arbeidsomstandighedenbesluit (zie: 'Wat zegt de wet- en regelgeving over machineveiligheid?).

Maatregelen

Op basis van deskundig advies zal men moeten vaststellen welke (combinatie van) maatregelen zorgen voor een gezonde werkplek.

Bronmaatregelen

  • Zorg ervoor dat de elektrische bekabeling van stof en vuil wordt vrijgehouden, waardoor warmteontwikkeling en brand worden voorkomen.
  • Voorkom toegang tot de transportbanden voor onbevoegde personen.
  • Zorg voor een stabiele opstelling van de transportband, zodat deze niet omvalt of bezwijkt.

 Collectieve maatregelen

  • Ondersteun elektrische bekabeling in de vorm van kabelgoot/installatiebuis tot 10 cm voor het aansluitpunt of kabeldoorvoer van de component. De kabelgoten mogen van niet-metalen zijn, indien dit materiaal vlamwerend is.
  • Scherm draaiende delen van transportbanden (zowel aandrijving, aangedreven rol, keerrol als de steunrollen) af door middel van vaste, lokale afschermingen, gemaakt van dichte beplating of beplating met openingen. 

Bij gebruik van een lokale afscherming gemaakt van beplating met openingen dient rekening gehouden te worden met de grootte van de opening ten opzichte van de afstand van de afscherming tot het gevaar. Gebruik in dit geval voor de afscherming van de draaiende delen een beplating met openingen van maximaal 10 mm (vierkante opening) waarbij de afstand tussen de afscherming en het gevaar (knelpunt) minimaal 25 mm moet bedragen. Bij gebruik van grotere openingen of andere vorm dient NEN-EN-ISO 13857 geraadpleegd te worden (zie "Meer informatie").

  • Voorkom openingen en kieren (bijvoorbeeld tussen installatiedelen en afscherming) ,waardoor de draaiende delen toch nog bereikbaar zijn.
  • Plaats afschermingen na onderhoud of reparatie direct terug.
  • Laat de installatie periodiek preventief onderhouden. Neem de installatie op in het onderhoudsplan. Zorg ervoor dat onderhoud en reparatie aan de installatie alleen wordt uitgevoerd door technisch vakbekwaam personeel.
  • Laat de installatie regelmatig keuren (zo ook volgens NEN 3140, zie "Meer informatie").
  • Zorg ervoor dat een noodstopvoorziening (bij voorkeur een noodstopkoord) aanwezig is.
  • Voorkom onverwachte opstart tijdens onderhoud en reparatie door het vergrendelen van de hoofdschakelaar.
  • Installeer een voorziening die een geluidssignaal produceert voordat de installatie opstart, zodat aanwezige personen zich in veiligheid kunnen stellen.
  • Installeer een voorziening voor energieloos (spanningsloos, drukloos en dergelijke) werken voor onderhoud, reiniging of reparatie. De hoofdschakelaar moet dus vergrendelbaar zijn, bijvoorbeeld door middel van een technisch slot.
  • Voorkom dat personen de transportband betreden.
  • Zorg ervoor, indien van toepassing, dat er geen grondstoffen over de rand van de transportband kunnen vallen, bijvoorbeeld door het toepassen van zijschutten op de transportband.
  • Instrueer personeel voor het gebruik van de installatie.
  • Stop de installatie indien men de ruimte van de installatie wil betreden of men werkzaamheden wil uitvoeren. Zorg hierbij voor een sleutelbeheer waarbij een of een beperkt aantal mensen een sleutel heeft.
  • Implementeer een lockout-tagout systeem. Lockout-tagout is een beheersactiviteit die ervoor zorgt dat machines op de juiste wijze ontkoppeld worden voordat werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd. Lockout is het toepassen van sloten of vergrendelingen op bijvoorbeeld vergrendelbare hoofdschakelaars of vergrendelbare hoofdafsluiters (pneumatische en hydraulische installaties), bedoeld om (onbedoelde) bediening of inschakeling van een machine te voorkomen. Als bijvoorbeeld een afsluiter niet vergrendelbaar is uitgevoerd, zijn er in de handel diverse voorzieningen te koop waardoor ook deze eenvoudig kunnen worden gelocked.
    Lockout is alleen zinvol indien inschakeling een gevaar kan opleveren. Voorafgaand aan de lockout handeling wordt de energiebron afgeschakeld (bijvoorbeeld via de hoofdschakelaar of de hoofdafsluiter).
    Tagout is het aanbrengen van een label (tag) waarop bijvoorbeeld kan worden aangegeven wie het slot heeft aangebracht, de datum en de reden. 

Individuele maatregelen

Stel individuele valbeveiliging (gordel of riem) ter beschikking, instrueer personeel en houdt toezicht op het gebruik ervan indien werkzaamheden op hoogte moeten worden uitgevoerd. Plaats het gebodspictogram "Valbescherming (gordel of riem) verplicht".

Arbovriendelijke hulpmiddelen

Geen.

Meer informatie