• Menu
  • Home
  • Zoek

Algemene informatie arborisico machineveiligheid

Arbocatalogus_beton_Machines_Alg.Wegneembare afschermingen voorkomen beknellinggevaar bij de bediening van machines.

Machineveiligheid

Het gebruik van machines, apparaten, gereedschappen en installaties kan gevaren met zich meebrengen:

  • Ingetrokken worden, vastraken, klemmen, verbrijzelen, afsnijden of gevaren door de injectie van vloeistoffen onder hoge druk.
  • Gevaren door vorm, massa, snelheid of door onvoldoende stabiliteit.
  • Lawaai (gehoorbeschadiging, slechte communicatie, niet waarnemen van akoestische signalen).
  • Schrikreacties of verbranden door contact met delen onder spanning (direct of indirect contact).
  • Elektrostatische ladingen op het (eind)product of machinedelen onder hoogspanning.
  • Vallen van platforms, trappen of verhogingen.
  • Contact met of inademen van gevaarlijke gassen, vloeistoffen of stoffen.
  • Brand of explosie(s).

De meest voorkomende gevaren zijn beknellinggevaren door hrt in aanraking komen met bewegende delen of elektrocutiegevaren door het in contact te komen met elektriciteit. Dit is bijvoorbeeld mogelijk door onvoldoende afscherming van bewegende delen en onvoldoende ondersteuning van elektrische kabels en aansluitingen.

Wat is machineveiligheid?

Een systematische aanpak van machineveiligheid bestaat uit de volgende elementen:

  • Risicobeoordeling.
  • Keuring en beproeving.
  • Onderhoud.
  • Voorlichting en instructie.
  • Risicobeheersing.

Risicobeoordeling

Belangrijk voor zowel een nieuwe als een bestaande centrale is het uitvoeren van een risicobeoordeling. Het stappenplan risicobeoordeling is als volgt:

  • Stap 1: Bepaling of vaststelling van de grenzen van de machine. 
    De gebruiksgrenzen zijn onder andere het beoogde gebruik en het gehele te voorziene gebruiksgebied.
  • Stap 2: Identificatie van gevaren, bijvoorbeeld met behulp van een gevarenlijst.
    De gevarenlijst voor een willekeurige machine kan de volgende gevaren bevatten:
    • Mechanische gevaren zijn onder andere: ingetrokken worden, vastraken, klemmen, verbrijzelen, afsnijden of gevaren door injectie van vloeistoffen onder hoge druk.
    • Gevaren door vorm, massa, snelheid of door onvoldoende stabiliteit.
    • Lawaai (gehoorbeschadiging, slechte communicatie, niet waarnemen van akoestische signalen).
    • Schrikreacties of verbranden door contact met delen onder spanning (direct of indirect contact).
    • Elektrostatische ladingen op het (eind)product of machinedelen onder hoogspanning.
    • Vallen van platforms, trappen of verhogingen.
    • Contact met of inademen van gevaarlijke gassen, vloeistoffen of stoffen.
    • Brand of explosie(s).
  • Stap 3: Inschatting van de risico's met behulp van een geschikte methode, zoals de methode vanuit NEN-EN-ISO 12100.
    Dit is een praktische methode voor het bepalen van het risiconiveau van elk geïdentificeerd gevaar. De gevaren worden gekoppeld aan een risiconiveau, zodat een prioriteitsvolgorde kan worden samengesteld. Op basis hiervan kunnen veiligheidsmaatregelen worden geselecteerd.
  • Stap 4: Risico-evaluatie.

Keuring en beproeving

Keuren is een verzamelnaam voor alle activiteiten op het gebied van inspecteren, meten en beproeven. Keuringen zijn bedoeld om de machine in een veilige staat te houden. Aandachtspunten zijn:

  • Keurings- en inspectieprogramma voor alle machines.
  • Eisen aan de keurmeester die de keuringen gaat uitvoeren.
  • Documentatie van alle keurings- en inspectieactiviteiten (tijdstip, ingevulde keuringslijst, actiepunten, keurmeester e.d.).

Onderhoud

Preventief onderhoud borgt dat een arbeidsmiddel in goede en dus in veilige staat wordt gehouden. Van arbeidsmiddelen moet een onderhoudsboek worden bijgehouden. Het onderhoudsboek kan bestaan uit de EG-Verklaring van Overeenstemming (conformiteitverklaring), de gebruiksaanwijzing, de onderhoudsschema's en overige beschrijvingen en documenten van de leverancier. Deze worden aangevuld met bijvoorbeeld een afgevinkte aankooplijst(en) en afnamelijst(en). Daarbij worden de keuringsformulieren gevoegd.

Voorlichting en instructie

  • Werkinstructies.
  • Opleidingen / trainingen / voorlichting.
  • Taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden.
  • Toezicht.

Risicobeheersing

Bronaanpak - ontwerpfase

Machineveiligheid begint met een veilig ontwerp van een betonmortelcentrale. Een veilig ontwerp houdt onder andere rekening met:

  • Veiligheidsafstanden.
  • Verwijderen van scherpe delen, kanten en uitstekende delen.
  • Toepassen van ergonomische beginselen voor het bedieningssysteem.
  • Toepassen veiligheidsprincipes zoals de plaatsing van een veiligheidsschakelaar, zodanig dat deze niet kan worden overbrugd (positieve bediening).

Bronaanpak – gebruikfase

Gebruik van veilige machines. Dit betekent machines met een CE-markering. Maar machines met een CE markering zijn echter niet altijd veilig. Het verdient aanbeveling om de uitvoering van de CE-markering te controleren. Onderzoek wijst uit dat ca. 70% van de machines die in de handel worden gebracht, niet op de juiste wijze van de CE-markering is voorzien. De werkgever behoudt zijn werkgeversaansprakelijkheid bij een ongeval als werknemers aan onveilige machines worden blootgesteld.

Technische maatregelen

Voorbeelden van beveiligingen zijn vaste of wegneembare afschermingen, valbeveiliging, lichtschermen of een tweehandenbediening, noodstopvoorzieningen, voorzieningen voor redding van ingesloten personen, transportvoorzieningen en toegangsmiddelen (trappen, bordessen).

Organisatorische maatregelen

Indien een risico toch onacceptabel hoog blijft, ondanks een veilig ontwerp en de juiste beveiligingen, moet de blootstelling van personen aan het gevaar verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door de betrouwbaarheid van de machine te verhogen of producttoevoer te mechaniseren of te automatiseren, met als doel menselijke handelingen in de gevarenzone te voorkomen. Een ander voorbeeld ishet nemen van  organisatorische maatregelen, zoals de plaatsing van de machine op een onbereikbare plaats of het instellen van een procedure die voorschrijft dat alleen speciaal getrainde personen bij de machine mogen komen.

Persoonlijke beschermingsmiddelen

Indien de persoon toch aan het gevaar wordt blootgesteld, is arbeidsbescherming nodig om letsel te voorkomen. Veiligheidsschoenen zijn een bekend voorbeeld. Veiligheidssignalering behoort ook tot deze categorie. Voorbeelden hiervan zijn akoestische of visuele alarmsignalering, bijvoorbeeld als waarschuwing voordat een machine opstart of pictogrammen en tekstwaarschuwingen.

Wat zegt de wet- en regelgeving over machineveiligheid?

De werkgever is volgens het Arbeidsomstandighedenbesluit verplicht om de nodige maatregelen te treffen, zodat de arbeidsmiddelen zodanig zijn uitgerust en worden toegepast dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemer tijdens het gebruik geen gevaar lopen. Ook een betonmortelinstallatie valt onder deze wetgeving.

Maar daarnaast is ook andere regelgeving belangrijk. Dit is in hoofdzaak regelgeving waar leveranciers van machines en apparaten zich aan moeten houden. Hieronder is een overzicht opgenomen.

Europese RichtlijnenNederlandse WetgevingUitvoeringsbesluit
Laagspanningsrichtlijn Warenwet Besluit Elektrotechnische producten
Machinerichtlijn Warenwet Besluit machines
EMC-Richtlijn Wet op de Telecommunicatie voorzieningen Diverse Besluiten
Richtlijn Druk apparatuur Warenwet Besluit Drukapparatuur
ATEX 95 Richtlijn Warenwet Besluit explosieveilig materieel

CE-markering

Een nieuwe machine (ook voor een machine die voor eigen gebruik wordt gebouwd), een gewijzigde machine of een samenstelling van machines, moet worden voorzien van CE-markering. De toekenning van de CE-markering voor een machine vindt plaats op basis van de Machinerichtlijn. Daarnaast kunnen andere Richtlijnen van toepassing zijn zoals EMC- of Laagspanningsrichtlijn of de ATEX 95 Richtlijn.

Deze richtlijnen stellen essentiële eisen aan veiligheid, gezondheid, milieu en consumentenbescherming. Andere verplichtingendie benodigd zijn voor de toekenning van de CE-markering is het opstellen van een risicobeoordeling, een technisch dossier, een gebruiksaanwijzing en een Verklaring van Overeenstemming.

Het wijzigen of samenbouwen van bestaande machines

Bij grote wijzigingen of samenbouw van bestaande machines, neemt de werkgever de rol op zich van fabrikant. Daardoor is de werkgever verplicht de CE-markering aan te brengen. Voorbeelden hiervan zijn onder andere het verhogen van de snelheid van de machine, het vergroten van de capaciteit, het automatiseren van de productinvoer, het moderniseren van de besturing en de bediening, het mechanisch of elektrisch koppelen van machines.

Als een bestaande machine wordt gereviseerd of licht wordt gewijzigd (vervanging door gelijkwaardige componenten), dan is slechts de Richtlijn Arbeidsmiddelen van toepassing en behoefd dus geen CE-markering te worden aangebracht.

Normen

Omdat de eisen in een Richtlijn algemeen en globaal zijn, worden op Europees niveau normen ontwikkeld. Deze normen, die als het ware onder de Richtlijnen "hangen", beschrijven hoe de eisen technisch gerealiseerd zouden kunnen worden. De eenvoudigste methode om aan de Richtlijnen te voldoen, is het toepassen van normen.

Na inventarisatie van de risico's kan, met behulp van een geschikte norm, de te nemen veiligheidsmaatregel worden geselecteerd en doorgevoerd. Deze aanpak heeft als bijkomend voordeel dat een veiligheidsmaatregel aantoonbaar is gebaseerd op Europese normen.

Arbeidsomstandighedenbesluit

De Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen vormt een verlengstuk van de Machinerichtlijn (CE-markering) en is geïmplementeerd in het Arbeidsomstandighedenbesluit, waardoor deze van toepassing is op de eigenaar of gebruiker van de arbeidsmiddelen (werkgever). Het Arbeidsomstandighedenbesluit regelt het veilige gebruik en onderhoud, waaronder keuringen en inspecties van arbeidsmiddelen. Onderstaande artikelen zijn een samenvatting van de meest relevante artikelen als we kijken naar een betonmortelinstallatie.

 Arbeidsomstandighedenbesluit
Artikel 7.2
Arbeidsmiddelen met een CE-markering
Een arbeidsmiddel voldoet aan de van toepassing zijnde Richtlijnen. Van arbeidsmiddelen die zijn voorzien van een CE-markering, vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming, wordt vermoedt dat ze voldoen aan de voorschriften van het Arbobesluit. Als een arbeidsmiddel slechts voor enkele onderdelen is voorzien van een CE-markering, dan wordt slechts ten aanzien van die onderdelen vermoed dat ze voldoen aan het Arbobesluit.
Artikel 7.3
Geschiktheid arbeidsmiddelen
Bij de keuze van een arbeidsmiddel houdt de werkgever niet alleen rekening met de geschiktheid van het arbeidsmiddel voor de werkzaamheden, maar ook met de gevaren die het arbeidsmiddel met zich mee kan brengen. Hierbij houdt de werkgever rekening met de risico-inventarisatie en –evaluatie. Arbeidsmiddelen worden uitsluitend gebruikt voor het doel en op de wijze waarvoor ze zijn bestemd. Als het redelijkerwijs niet mogelijk is de gevaren bij het gebruik van arbeidsmiddelen te voorkomen, dan treft de werkgever zodanige maatregelen dat de gevaren zoveel mogelijk worden beperkt.
Artikel 7.4
Deugdelijkheid arbeidsmiddelen en ongewilde gebeurtenissen
Een arbeidsmiddel is van deugdelijk materiaal en deugdelijke constructie en wordt zodanig geplaatst en gebruikt dat het gevaar dat zich een ongewilde gebeurtenis (verschuiven, kantelen, oververhitten) voordoet, zoveel mogelijk is voorkomen.
Artikel 7.4a
Keuringen
Dit artikel regelt een algemeen keuringsregime voor arbeidsmiddelen in de gebruiksfase. Het besluit schrijft geen keuringsfrequentie voor, maar een veilige ondergrens is eenmaal per jaar.
Artikel 7.5
Montage, demontage, onderhoud, reparatie en reiniging van arbeidsmiddelen
Arbeidsmiddelen worden tijdens de gebruiksduur door toereikend onderhoud in zodanige staat gehouden dat risico's voor veiligheid en gezondheid worden voorkomen. Het bij het arbeidsmiddel horende onderhoudsboek wordt goed bijgehouden. Montage en demontage vinden op een veilige manier plaats, met inachtneming van aanwijzingen van de fabrikant.
Artikel 7.6
Deskundigheid werknemers
Het gebruik van machines blijft voorbehouden aan werknemers die met het gebruik zijn belast. Werknemers die belast zijn met het ombouwen, onderhouden, repareren of reinigen van deze arbeidsmiddelen, bezitten daartoe een specifieke deskundigheid en ervaring.
Artikel 7.7
Veiligheidsvoorzieningen in verband met bewegende delen van arbeidsmiddelen
Als bewegende delen van een arbeidsmiddel gevaar opleveren, zijn zij van zodanige schermen of beveiligingsinrichtingen voorzien, dat gevaar zoveel mogelijk wordt voorkomen. Deze beveiligingsinrichtingen kunnen niet op eenvoudige wijze worden genegeerd of buiten werking worden gesteld.
Artikel 7.8
Verlichting
Werk- en onderhoudspunten moeten voldoende en doelmatig worden verlicht.
Artikel 7.10
Alarmsignalen
Alarmsignalen van een arbeidsmiddel zijn gemakkelijk en duidelijk waarneembaar en als zodanig goed herkenbaar.
Artikel 7.11
Loskoppelen arbeidsmiddel
Een arbeidsmiddel beschikt over duidelijk herkenbare voorzieningen, waarmee het van zijn krachtbronnen kan worden losgekoppeld.
Artikel 7.11a
Voorlichting
Werknemers krijgen aan de hand van de gebruiksaanwijzing duidelijke voorlichting over het gebruik van het arbeidsmiddel. Ook werknemers die niet zelf met het arbeidsmiddel werken, maar wel in de nabije omgeving, krijgen voorlichting over de mogelijke gevaren van het arbeidsmiddel.
Artikel 7.13
Bedieningssystemen
Bedieningspanelen moeten overzichtelijk zijn en zijn voorzien van de bij het arbeidsmiddel gebruikelijke aanduidingen, zodat de kans op het maken van fouten bij de bediening tot een minimum wordt beperkt. De bedieningspanelen zijn zodanig geplaatst, dat de werknemer niet in aanraking kan komen met bewegende onderdelen. Het besturingssysteem moet veilig zijn.
Artikel 7.14
In werking stellen van arbeidsmiddelen
Een arbeidsmiddel kan alleen in werking worden gesteld door een opzettelijk verrichte handeling met een daarvoor bestemd bedieningssysteem.
Artikel 7.15
Stopzetten van arbeidsmiddelen
Een arbeidsmiddel moet op ieder daarvoor in aanmerking komend gedeelte zijn voorzien van een bedieningssysteem, waarmee, al naar gelang het gevaar, het gehele dan wel een deel van het arbeidsmiddel stilgelegd kan worden. De energietoevoer wordt onderbroken.
Artikel 7.16
Noodstopvoorziening
Een arbeidsmiddel beschikt over een noodstopvoorziening, als dit noodzakelijk is, met het oog op de gevaren, en de normale tijd die nodig is om het arbeidsmiddel stop te zetten.
Artikel 7.17a
Uitrusting mobiele arbeidsmiddelen
Dit artikel (inclusief artikel 7.17b en 7.17c) regelt de eisen omtrent mobiele arbeidsmiddelen, zoals een wiellader (shovel) of schranklader (schranklader (bobcat)), welke veelal bij de installatie worden gebruikt.
Artikel 7.18
Hijs- en hefwerktuigen
Dit artikel stelt eisen aan hijs- en hefwerktuigen, zoals de kraan welke veelal bij de installatie gebruikt wordt.